|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
WERKZAAMHEDEN De werkzaamheden van de Conventie verlopen in drie fasen: Luisteren: bepalen wat de verwachtingen en de behoeften zijn van de lidstaten, van hun regeringen en parlementen, alsmede van de Europese maatschappij Nadenken: de verschillende meningen vergelijken en de draagwijdte en de gevolgen ervan inschatten Voorstellen: het maken van een synthese en het uitwerken van voorstellen Na afloop van de Conventie zullen voorstellen worden gepresenteerd aan de Europese Raad. Zittingen De Conventie vergadert één à tweemaal per maand, in de
gebouwen van het Europees Parlement te Brussel. Werkgroepen In juni 2002 werden werkgroepen opgericht om bepaalde onderwerpen grondiger
te bestuderen. Deze werkgroepen bestaan uit leden van de Conventie. Bijdragen Buiten de plenaire zittingen en de werkgroepen om kunnen de leden van de Conventie
hun standpunten en ideeën kwijt in schriftelijke bijdragen die onder al
hun collega's worden verspreid. Bijdragen van leden van de Conventie Forum Om het debat te verbreden wordt een Forum opengesteld voor organisaties die
de civiele samenleving vertegenwoordigen (sociale partners, bedrijfsleven, niet-gouvernementele
organisaties, academische kringen, enz.).
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||